In drie stappen aan de slag met inheemse planten in de tuin |
|
|
|
|
| Marijke Wempe, Cruydt-Hoeck,
woensdag 1 april 2026 |
 |
| 112 sec |
Met inheemse planten help je ook lokale insecten, vogels en andere dieren
Hoveniers worden steeds vaker gevraagd om tuinen en openbare ruimtes zo in te richten dat ze bijdragen aan biodiversiteit. Met inheemse planten maak je niet alleen een tuin mooier, maar help je ook lokale insecten, vogels en andere dieren. Kennis over welke planten het beste passen bij lokale ecosystemen, welke dieren ze aantrekken en hoe je een gezonde, natuurlijke balans kunt creëren, is essentieel. In drie concrete stappen helpt Cruydt-Hoeck je op weg.
 |
Stap 1: ontdek waarom inheemse planten zo belangrijk zijn
Door duizenden jaren van co-evolutie hebben inheemse planten en lokale insecten een nauwe relatie ontwikkeld. Veel insecten zijn gespecialiseerd in bepaalde planten: ze kunnen alleen overleven als ze toegang hebben tot die specifieke planten voor voedsel, voortplanting of beschutting. Een bekend voorbeeld is het oranjetipje, een opvallende witte vlinder met oranje vleugelpunten. De rupsen van het oranjetipje zijn afhankelijk van planten uit de kruisbloemenfamilie, zoals de pinksterbloem. Zonder deze plant kunnen de rupsen niet overleven en kan de vlinder zich niet voortplanten. Als de pinksterbloem verdwijnt uit een gebied, verdwijnt ook het oranjetipje.
Dit geldt echter voor veel meer soorten: bijen, hommels, kevers en andere insecten zijn vaak afhankelijk van specifieke inheemse planten voor nectar, stuifmeel of als waardplant voor hun larven. Door drie tot vijf inheemse planten in de tuin te gebruiken, creëer je niet alleen een mooie, maar ook een functionele leefomgeving voor deze dieren. Zo help je de lokale biodiversiteit te behouden en te versterken.
 | | Hypericum perforatum- |
|
|
Stap 2: elke inheemse plant heeft haar favoriete standplaats
Niet elke inheemse plant groeit overal even goed. De ene plant gedijt uitstekend op vochtige, voedselrijke grond, terwijl de andere juist houdt van droge, schrale zandgrond. Gelukkig is er voor elke grondsoort wel een geschikte inheemse plant te vinden. Het is belangrijk om eerst te onderzoeken met welke grondsoort je te maken hebt, zodat je planten kunt kiezen die daarbij passen.
In veel tuinen is de grond al verbeterd met compost of mest. Dit betekent dat de grond vaak voedselrijker en beter waterhoudend is dan in de natuur. Hierdoor kun je een bredere selectie aan planten gebruiken, ook soorten die van nature op iets rijkere grond groeien. Werk je met zware kleigrond? Dan is het belangrijk om rekening te houden met de eigenschappen van klei. Klei houdt vocht vast, kan in de winter nat en koud zijn en in de zomer hard en droog. Kies in dat geval voor soorten die van nature op vochtige, voedselrijke grond groeien. Heb je juist te maken met droge, zandige grond? Dan zijn planten die van nature op schrale grond groeien een betere keuze.
Tip: experimenteer met verschillende soorten en observeer welke planten het beste aanslaan. Zo leer je wat het beste werkt in jouw specifieke situatie!
Stap 3: Kies gemakkelijke, mooie soorten om mee te beginnen
Maak het jezelf niet te moeilijk. Begin met soorten die makkelijk te onderhouden zijn en mooi bloeien. Hierbij een aantal suggesties:
• + de alleskunners: duizendblad, gewone margriet, bermooievaarsbek, knoopkruid; • + soorten voor vochtige tuinen: beemdooievaarsbek, lange ereprijs, valeriaan; • + soorten voor drogere tuinen: steenanjer, grasklokje, grote tijm, sint-janskruid, wilde marjolein.
 | | Veronica longifolia |
|
|
|
Met deze drie stappen kun je een goede start maken met inheemse planten in de tuin. Wil je meer informatie over geschikte tuinplanten? Kijk dan op www.cruydthoeck.nl en zoek op 'wilde planten voor in de tuin'. Neem voor advies op maat contact op met de klantenservice van Cruydt-Hoeck via info@cruydthoeck.nl.
|
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|