Whatsapp Facebook LinkedIn Instagram RSS feed

Vasthouden totdat u betaald wordt: het retentierecht in de groensector

ARTIKEL
BELEID & JURIDISCH
Facebook Linkedin Whatsapp
Hans Alberts, zondag 6 september 2026
247 sec


Retentierecht is complexer dan gewoon de poort op slot maken

U heeft een park aangelegd — en nu betaalt de opdrachtgever niet. Mag u de bouwplaats, de planten en het materiaal vasthouden totdat het geld binnen is? Ja, maar alleen als u precies weet hoe het retentierecht werkt.


Stel: uw bedrijf heeft een stadspark aangelegd. Bomen geplant, paden aangelegd, bankjes geplaatst. De facturen zijn verstuurd — maar de gemeente betaalt niet. Uw materialen staan nog op het terrein. Mag u de bouwplaats vasthouden totdat het geld binnen is? Ja, maar alleen als u het goed doet. Wie het retentierecht verkeerd uitoefent, verliest het recht en riskeert een schadeclaim.

1. Wat is het retentierecht?

Artikel 3:290 BW omschrijft het retentierecht als de bevoegdheid die in bij de wet aangegeven gevallen aan een schuldeiser toekomt, om de nakoming van een verplichting tot afgifte van een zaak aan zijn schuldenaar op te schorten totdat de vordering wordt voldaan. In gewone taal: u hoeft de zaak niet terug te geven zolang u niet betaald bent. Belangrijk: het retentierecht is géén eigendomsrecht. U wordt geen eigenaar van de bouwplaats of de geplante bomen. Het is een opschortingsbevoegdheid: u houdt vast, maar de zaak blijft van de schuldenaar. U kunt daarmee echter wel degelijk druk uitoefenen. In het parkvoorbeeld: zolang u de bouwplaats feitelijk in uw macht heeft en uw factuur opeisbaar is, mag u de toegang tot het terrein weigeren. Ook aan de gemeente zelf.


2. De drie cumulatieve vereisten

Rechtspraak stelt drie vereisten voor een rechtsgeldig retentierecht. Alle drie moeten tegelijkertijd zijn vervuld.


Vereiste 1: een opeisbare vordering

Uw factuur moet verschuldigd én opeisbaar zijn. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk gaat het hier regelmatig mis. In aannemingsovereenkomsten geldt bij betaling in termijnen vaak dat een termijn pas opeisbaar wordt nádat de opdrachtgever het werk of de puntenstaat heeft goedgekeurd. Is die goedkeuring er nog niet, dan is de termijn nog niet opeisbaar en bestaat er géén grond voor retentierecht.
Uw factuur mag ook niet louter betwist zijn. Een opdrachtgever die gemotiveerd aangeeft dat bepaalde werk gebrekkig is uitgevoerd, kan de betaling opschorten. In dat geval is uw vordering niet opeisbaar, en dus ook uw retentierecht niet geldig.


Een opdrachtgever die gemotiveerd aangeeft dat bepaalde werkzaamheden gebrekkig zijn uitgevoerd, kan de betaling opschorten. Dan is retentie niet mogelijk

Vereiste 2: feitelijke macht

Dit is in de praktijk het meest problematische vereiste. De aannemer moet de zaak daadwerkelijk 'in zijn macht' hebben. Als onderdeel van zijn opdracht. Dat is meer dan alleen aanwezig zijn op de bouwplaats.
Concreet betekent dit voor de groensector:
-Roerende zaken (planten, bomen, materiaal, gereedschap): u heeft die zaken in uw bezit als u ze nog niet heeft afgeleverd of als ze op het terrein staan onder uw toezicht. Het retentierecht op deze roerende zaken is relatief eenvoudig toepasbaar.
-Bouwplaats / perceel (onroerende zaak): retentierecht op de bouwplaats zelf is mogelijk, maar vereist dat u de bouwplaats daadwerkelijk als onderdeel van de normale uitvoering van de opdracht in uw macht had. Simpelweg een hek plaatsen nadat u de bouwplaats al heeft verlaten, is niet voldoende.
Let op: de feitelijke macht moet ononderbroken zijn. Keert u terug naar een verlaten bouwplaats om ná het verzenden van uw factuur een hek te plaatsen, dan erkent de rechter uw retentierecht niet. U heeft op dat moment geen feitelijke macht meer.


Vereiste 3: voldoende samenhang

Artikel 6:52 BW vereist voldoende samenhang tussen uw vordering en uw verplichting om de zaak af te geven. Bij aanneming van werk in de groensector is aan dit vereiste vrijwel altijd voldaan: uw vordering (de aanneemsom) en uw verplichting (de zaak teruggeven aan de opdrachtgever) vloeien allebei voort uit dezelfde overeenkomst.


3. Geldt het retentierecht ook voor zzp'ers en onderaannemers?

Een zzp'er of onderaannemer, die niet betaald wordt door zijn opdrachtgever of door de hoofdaannemer, kan in beginsel ook een beroep doen op het retentierecht. Denk aan de zzp'er die in het parkproject de bomenplanting voor zijn rekening nam en nog 25 bomen op het terrein heeft staan, die hij nog niet heeft overgedragen. De voorwaarden zijn echter dezelfde: de zzp'er moet zelf de feitelijke macht hebben over (een deel van) de zaak, uit hoofde van zíjn eigen overeenkomst.
Hier schuilt een eerste valstrik. Werkt u als onderaannemer op een bouwplaats, die de hoofdaannemer beheert, dan heeft u in de meeste gevallen géén zelfstandige feitelijke macht over de bouwplaats als geheel. De beschikkingsmacht blijft bij de hoofdaannemer. U kunt dan uitsluitend retentierecht uitoefenen op de roerende zaken die u zelf onder zich heeft, zoals uw gereedschap, machines of geplante materialen die nog niet zijn overgedragen.
Een tweede valstrik is de contractuele uitsluiting. Veel onderaannemingsovereenkomsten bevatten een bepaling waarbij u van tevoren afstand doet van uw retentierecht. Zo'n beding is rechtsgeldig. Als u een overeenkomst heeft getekend met een dergelijke bepaling, kunt u het retentierecht later niet meer inroepen. Controleer uw overeenkomst dus vóórdat u het retentierecht uitoefent.


4. Procedure, beperkingen en valkuilen

Als u het retentierecht wilt inroepen, doe dat dan schriftelijk. Vermeld het openstaande bedrag, de grondslag (de overeenkomst) en de datum. Hang borden op de locatie waarop staat dat u retentierecht uitoefent. Dit maakt uw positie zichtbaar en voorkomt discussie achteraf over het moment van inroepen.
Enkele belangrijke wettelijke regels op een rij:
-Verliest u de feitelijke macht onvrijwillig — bijvoorbeeld doordat de opdrachtgever uw hekken verwijdert — dan kunt u de zaak terugvorderen, net als een eigenaar dat mag. Opheffing van het retentierecht is overigens mogelijk als de opdrachtgever vervangende zekerheid stelt, bijvoorbeeld door een bankgarantie. In een kort geding kan de opdrachtgever ook opheffing vorderen als uw vordering niet evident opeisbaar is of als uw feitelijke macht tekortschiet. Zorg dus dat u uw positie goed kunt onderbouwen vóórdat u het retentierecht inroept.
-Einde retentierecht (artikel 3:294 BW): het retentierecht eindigt zodra de zaak terugkeert in de macht van de schuldenaar of rechthebbende — tenzij u haar daarna opnieuw verkrijgt uit dezelfde rechtsverhouding.
-Herstel bij verlies (artikel 3:295 BW): verliest u de feitelijke macht onvrijwillig — bijvoorbeeld doordat de opdrachtgever uw hekken verwijdert — dan kunt u de zaak terugvorderen, net als een eigenaar dat mag. Dit beschermt u tegen degene die de zaak wegroofd of stiekem terug heeft genomen.
-Voorrangsrecht (artikel 3:292 BW): u kunt uw vordering met voorrang verhalen op de zaak boven anderen jegens wie het retentierecht kan worden ingeroepen. Dit maakt het retentierecht ook waardevol als de schuldenaar failliet gaat.
-Werking jegens derden (artikel 3:291 BW): het retentierecht werkt ook tegenover derden met een later recht, en zelfs tegenover derden met een ouder recht — mits uw vordering voortvloeit uit een overeenkomst die de schuldenaar bevoegd was te sluiten.


Praktische tip: regel het vóórdat u het nodig heeft

Het retentierecht is een krachtig instrument — maar alleen als u de juiste kaarten in handen heeft op het moment dat u ze nodig heeft. Dat vraagt om voorbereiding.
Controleer bij elke grotere opdracht uw overeenkomst op de volgende punten:
-Bevat de overeenkomst een beding waarbij u afstand doet van het retentierecht? Zo ja, onderhandel dat eruit of weiger te tekenen.
-Is de betalingsregeling zodanig dat u altijd een opeisbare vordering heeft zodra u wilt vasthouden? Koppel termijnen aan objectieve mijlpalen, niet aan subjectieve goedkeuring door de opdrachtgever.
-Zorg dat u nooit de bouwplaats verlaat zonder de nodige maatregelen te treffen, zoals het afsluiten en plaatsen van borden dat het retentierecht wordt uitgeoefend.
-Twijfelt u over uw positie? Zoek dan juridisch advies vóórdat u het retentierecht inroept. Een goed voorbereide uitoefening is krachtig en duurzaam; een ondoordachte actie kost u meer dan zij oplevert.


Hans Alberts, AK Advocaten
Hans Alberts, AK Advocaten

AK Advocaten

Hans Alberts is advocaat bij AK Advocaten in Tilburg.




AK Advocaten
LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

tip de redactie

Dit is een premium artikel

Artikelen op de NWST sites zijn gratis en zullen altijd gratis blijven. Voor de meest recente artikelen heb je een account nodig om verder te lezen.

Klik  hier  om te registeren of in te loggen.


Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.
AGENDA
GaLaBau 2026: internationale ontmoetingsplek voor stedelijk groen
dinsdag 15 september 2026
t/m vrijdag 18 september 2026
GTH 2026 zet mobiele energievoorziening centraal
woensdag 16 september 2026
t/m zaterdag 19 september 2026

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
School abonnement
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Groenversneller
Cursussen
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER