'Wie goede hoveniers wil, moet helpen ze op te leiden' |
|
|
|
|
 |
| 323 sec |
Joan van den Elsen neemt afscheid na 43 jaar
Na 43 jaar neemt Joan van den Elsen afscheid van het groenonderwijs. In die periode zag de docent van de vakopleiding tot hovenier bij Yuverta mbo Nijmegen de instroom veranderen, terwijl hoveniersbedrijven juist steeds harder naar personeel gingen zoeken. Wie vindt dat scholen te weinig goede vakmensen afleveren, mag volgens hem daarom ook naar zichzelf kijken. 'Bedrijven hebben die jonge vakmensen zelf nodig. Dan moet je ook bereid zijn om het onderwijs te helpen.'
'Hoveniers die klagen over het onderwijs? Dat doen ze altijd al.' Van den Elsen zegt het met een lach. In 43 jaar hoorde hij de kritiek op de hoveniersopleiding vaak genoeg. De inhoud van die kritiek veranderde wel. Ook de opleiding veranderde. Om duidelijk te maken hoeveel, gaat Van den Elsen terug naar zijn eigen start in het onderwijs. In 1982-1983 begon hij aan de lerarenopleiding in Nijmegen. Wie destijds docent wilde worden voor de hoveniersopleiding, moest eerst vijf jaar in het vak hebben gewerkt.
'Daarna kreeg je een zwaar toelatingsexamen. Je moest een uur lesgeven en vaktechnisch werd je behoorlijk aan de tand gevoeld. Er stonden bijvoorbeeld instrumenten op tafel waarvan je moest vertellen hoe ze werkten. Of je kreeg waterplanten waarvan je de wetenschappelijke namen moest kennen.' Later kwamen er andere routes naar het docentschap. 'Er kwamen bijvoorbeeld mensen via de havo en de lerarenopleiding. Die hadden natuurlijk stage gelopen, maar stage is toch iets anders dan werknemer zijn.'
|
|
'Het is jammer als essentiële vakkennis verdwijnt'
| |
|
Drie uur minder voor het hoveniersvak
Ook de schooldag van een BBL-student veranderde. BBL'ers werken het grootste deel van de week bij een bedrijf en gaan daarnaast naar school. Die schooldag draaide vroeger vrijwel volledig om het beroep. 'Je had 's morgens theorie en 's middags praktijk. Later werd Nederlands verplicht, rekenen werd verplicht en kwamen computervaardigheden erbij. Dan gingen er op zo'n schooldag al snel drie uur af voor andere vakken.'
Dat bleef bij hoveniersbedrijven niet onopgemerkt. 'Bedrijven zeiden: onze medewerker is een dag van het bedrijf weg en krijgt minder technische vakken. Daar werd natuurlijk over geklaagd.'
Van den Elsen begrijpt die kritiek. 'Het is jammer als dingen verdwijnen die essentieel zijn om het vak goed te leren.' Terug naar het onderwijs van veertig jaar geleden hoeft voor hem niet. 'Je moet je afvragen: hoeveel kennis heb je nodig om het vak goed te kunnen doen? Wat vraagt deze tijd? Deze tijd vraagt andere vakmensen dan toen.'
|
|
'Mensen moesten meer leren en het liefst naar het hbo'
| |
|
Mbo verloor maatschappelijk aanzien
Ook buiten het groene onderwijs veranderde er veel. In Nederland werden jongeren jarenlang gestimuleerd om zo hoog mogelijk door te leren. Die ontwikkeling speelde in het hele beroepsonderwijs. 'Mensen moesten meer leren, meer naar school en het liefst naar het hbo. Ouders willen voor hun kinderen natuurlijk ook een zo hoog mogelijke opleiding.' Van den Elsen zag het terug bij zijn studenten. 'Ik vroeg jongens weleens: vertel je aan je vrienden dat je hier op school zit? Nee, zeiden ze dan. Waarom niet? Ze schaamden zich er een beetje voor dat ze op een tuinbouwschool zaten.'
Tegelijkertijd nam het aantal opleidingen waaruit jongeren kunnen kiezen toe. 'Vroeger waren er niet zoveel beroepsopleidingen. Nu is de keuze veel breder en val je als opleiding minder op.' Ook de arbeidsmarkt voor hoveniers veranderde. 'Vroeger, met meer werkloosheid, kon je als werkgever de krenten uit de pap halen. Had je één medewerker nodig en kwamen er twintig sollicitanten, dan koos je de beste.' Nu ziet hij een ander beeld. 'Er is geen student bij ons die werkloos wordt. Het werk is er gewoon.'
|
|
'In enkele jaren tijd groeiden we en hadden we veel meer studenten'
| |
|
Van klasjes met acht studenten naar twintig studenten per niveau
In 2015 stopte Van den Elsens werk bij praktijkcentrum IPC door bezuinigingen. Kort daarna werd hij gebeld door de toenmalige groenopleiding van Helicon in Nijmegen, het huidige Yuverta. 'In Nijmegen hadden ze toen nog ongeveer tachtig studenten voor groen. Ze vroegen of ik daar wilde komen werken, omdat er iets moest veranderen.' Drie jaar later telde de groenopleiding volgens Van den Elsen tientallen studenten meer. 'We hadden weer volwaardige klassen. Daar hebben we keihard aan gewerkt. Ik heb een heel hecht team van ongeveer twaalf collega's.'
De school zocht daarvoor nadrukkelijk contact met bedrijven. 'Als je toch op stagebezoek ging, praatte je meteen over volgend jaar. Hebben jullie nieuwe mensen nodig? Is er iemand die een opleiding kan gebruiken? Wij kunnen die opleiding bieden. Zo deden we dat.'
Ook werd een vaste groep groenbedrijven uit de regio bij de opleiding betrokken. 'Je hebt het enthousiasme van bedrijven nodig om het beroep uit te dragen. Dat kan eigenlijk alleen als je intensief samenwerkt.' De ondernemers kwamen regelmatig naar school. 'Ze kwamen om vijf uur rechtstreeks uit het werk. Dan stond er eerst een buffet klaar. Een heerlijke maaltijd en ruimte voor informeel overleg worden altijd gewaardeerd. Daarna gingen we twee uur in overleg. Soms kwam er een gastspreker of wilde een bedrijf iets vertellen. Dat werkte als een tierelier.'
'We hebben zelfs docentenstages ingevoerd. Een docent gaat één dag naar een hoveniersbedrijf met specifieke leervragen en de hovenier neemt die dag het lesrooster van die docent over. Dat was een uitdaging, maar zo leerde de hovenier hoe het onderwijs werkt. De docent komt terug met meer actuele vakkennis.'
|
|
'Bedrijven hebben zelf belang bij studenten en jongeren'
| |
|
Van klagen naar opleiden
Van den Elsen vindt dat hoveniers die kritiek hebben op de opleiding zelf ook een rol kunnen pakken. 'Bedrijven hebben heel veel belang bij mensen, studenten, werknemers en vooral jongeren. Dus het is in hun belang dat ze ons helpen om te groeien.' Dat begint al bij het interesseren van jongeren voor het vak. 'Op een open dag staan bij ons bijvoorbeeld tien bedrijven. Die kunnen jongeren laten zien wat het vak inhoudt.'
In Nijmegen zijn hoveniers ook betrokken bij de praktijkexamens. 'Dat vind ik heel bijzonder aan Nijmegen. Geen enkel praktijkexamen voor hoveniers wordt door een docent afgenomen. Dat doen alleen hoveniers.' Bij ieder examen beoordelen twee assessoren uit het bedrijfsleven de student. 'De een is examinator en de ander is de tweede assessor. Altijd het vierogenprincipe en uiteraard allemaal volwaardig opgeleid door Yuverta. Geen bemoeienis van docenten en een objectieve, professionele beoordeling van examens.'
Een beoordelaar mag geen student examineren die bij zijn eigen bedrijf stage heeft gelopen. 'Ik vergelijk het met een rijexamen. Het is een blind examen. Voor de norm vind ik dat perfect: je slaagt of je slaagt niet.' Die betrokkenheid vraagt wel tijd van bedrijven. 'Een hovenier moet daar een dag voor vrijmaken. Maar bedrijven hebben die jongeren straks zelf nodig.' Uiteraard wordt de inzet van assessoren financieel vergoed.
 | | 'Hoveniers die klagen over het onderwijs? Dat doen ze altijd al' |
|
|
Wat moet een hovenier kunnen?
Naast de samenwerking met bedrijven werd ook de afstemming tussen opleidingen belangrijker. Landelijk wordt vastgelegd wat mbo-studenten voor een beroep moeten kennen en kunnen. Binnen Yuverta zijn opleidingen en examens daarnaast verder op elkaar afgestemd. 'Hetzelfde onderwijs, dezelfde plantenkennis, dezelfde boeken. Wat je moet doen, staat vast. Hoe je dat doet, mag je zelf weten.'
Docenten houden daarmee ruimte in de manier waarop ze lesgeven. 'Hoe je plantenkennis geeft, mag je zelf weten. Dat kan per regio verschillen. Maar wat een student uiteindelijk moet kennen en kunnen, staat vast.' Ook de examens worden op elkaar afgestemd. 'Of je nu examen doet voor hovenier in Dordrecht of Nijmegen, je moet dezelfde tuin maken, binnen dezelfde uren en met dezelfde spullen.'
Voor Van den Elsen blijft daarbij één vraag centraal staan: welke vakkennis heeft een beginnend hovenier nodig? 'Wij hebben ons vastgehouden aan de normen die wij belangrijk vonden. Je moet niet alles laten verdwijnen omdat het onderwijs verandert.'
|
|
'Groen krijgt juist meer betekenis'
| |
|
Groen heeft iets mee
Van den Elsen ziet ook ontwikkelingen die groene opleidingen kunnen helpen. Klimaatverandering, water, bomen en vergroening van steden hebben groen nadrukkelijker op de agenda gezet. 'Door klimaatverandering, door de discussie over bomen in de stad en al die dingen krijgt groen een andere rol. Dat speelt voor onze sector positief.' Hij ziet ook jongeren en zij-instromers die belangstelling hebben voor het vak. 'Het is wel aan het veranderen, maar we moeten doorpakken.'
Na 43 jaar stopt Van den Elsen als docent. Helemaal verdwijnen uit het groenonderwijs wil hij niet. Hij wil bijvoorbeeld als assessor of adviseur betrokken blijven. Over wat de hoveniersopleiding de komende jaren nodig heeft, is hij duidelijk. 'De samenwerking met bedrijven is veel beter dan vroeger. Er valt nog winst te behalen.' En als hoveniers opnieuw kritiek hebben op het onderwijs? Van den Elsen lacht. 'Je kunt veel beter samenwerken dan tegenwerken.'
Zo veranderde het mbo
1996 - Nieuwe basis voor het mbo De Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) treedt in werking. De wet legt de basis voor de landelijke kwalificatiestructuur en moet onder meer zorgen voor een betere aansluiting tussen beroepsonderwijs en arbeidsmarkt. 1997 - Bbl vervangt het leerlingwezen Vanaf augustus 1997 worden opleidingen volgens de nieuwe structuur ingericht. Het vroegere leerlingwezen gaat op in het mbo en wordt de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). 2010 - Landelijke niveaus voor taal en rekenen Met de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen wordt landelijk vastgelegd welke taal- en rekenvaardigheden leerlingen en studenten moeten beheersen. De referentieniveaus gelden ook voor het mbo. 2012 - Beroepsgerichte kwalificatiestructuur Nieuwe wetgeving voor de beroepsgerichte kwalificatiestructuur treedt in werking. In deze structuur wordt vastgelegd welke eisen gelden voor mbo-beroepen en opleidingen. 2016 - Herziene kwalificatiedossiers Het mbo gaat werken met herziene kwalificatiedossiers. Daarin staat welke kennis en vaardigheden studenten voor een beroep moeten beheersen. Ook worden keuzedelen onderdeel van de opleidingen. 2022 - Nieuwe rekeneisen Vanaf 1 augustus gelden nieuwe rekeneisen voor het mbo. Studenten maken een instellingsexamen rekenen en het resultaat telt mee voor het behalen van het diploma. 2026 - Landelijke eisen, ruimte voor scholen Kwalificatiedossiers bepalen de landelijke basis van een mbo-opleiding: wat moet een beginnend beroepsbeoefenaar kennen en kunnen? Scholen bepalen binnen deze kaders hoe zij het onderwijs aanbieden.
|
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|