Aandacht voor de bodem bij herinrichting Watertorenpark Hengelo |
|
|
|
|
 |
| 122 sec |
In maart werd in Hengelo het nieuwe Watertorenpark officieel geopend. Om het groen te laten slagen, moest in de herinrichting allereerst gezorgd worden voor een goede bodem, want van een bodemleven was nog amper sprake.
Het Watertorenpark was voor de Tweede Wereldoorlog in gebruik als industrieterrein. Er liep een spoorlijn doorheen en aan beide zijden waren er verschillende, vervuilende, bedrijven gevestigd, onder andere een steenkoolopslag. Na de verdwijning van de industrie werd een deel in gebruik genomen voor de grondwaterwinning en het andere deel is verruigd.
In het Watertorenpark is veel aandacht voor water. Om de terpen op hoogte te brengen is de grond gebruikt die vrijkwam bij het op diepte brengen van de waterpartijen. De vijverpartijen zijn onder andere aangelegd om het overtollige hemelwater te bergen en sneller af te voeren. Het geheel maakt deel uit van de in aanleg zijnde beek "Veldbeek". In een aantal wijken is de gemeente Hengelo op dit moment bezig om de hemelwaterafvoer af te koppelen van het rioleringssysteem en via de Veldbeek af te voeren.
Dat er sprake was van vervuilde grond in het Watertorenpark, was volgens de projectbegeleider van de gemeente Hengelo, René Segerink, al bekend rond het jaar 2000. Het saneringsplan dat rond die tijd geschreven was, hield toen al rekening met een bepaalde mate van verontreiniging. Tijdens de werkzaamheden kwamen er echter meer verontreinigde plekken naar boven. Vanuit kostenoverweging is besloten om niet alle grond af te voeren en te reinigen, maar lichte verontreinigingen in het terrein te verwerken onder een leemlaag van tenminste één meter. Consequentie van het ter plaatse verwerken is wel dat de terpen wat hoger en groter zijn geworden.
Wat overbleef was een zandvlakte van twee ha, bestaande uit gezeefde grond zonder enige samenhang en zonder ook maar iets van bodemleven. Segerink: 'Het hele capillaire systeem in de bodem was verwoest, daarnaast weet ik uit ervaring dat de bodem in deze regio van nature arm is en bijna geen organisch materiaal bevat.'
Segerink nam contact op met Geert van Kerkvoorde van DCM. Na overleg werd besloten om een aantal bodemmonsters te laten analyseren en op basis daarvan een plan van aanpak te maken om het park in cultuur te brengen. De analyses lieten zien dat er een gebrek was aan vrijwel alle hoofdvoedings- en sporenelementen en dat er sprake was van een laag organische stofgehalte. Van Kerkvoorde: 'Het was niet alleen een probleem met voeding en organische stof, maar ook het bodemleven was totaal verdwenen.'
Oplossing De oplossing voor het gebrek aan organisch materiaal werd gezocht in de bodemverbeteraar DCM Vivimus. Om het bodemleven een impuls te geven moest Vivisol van DCM de uitkomst bieden. Dit product bevat de bacteriële toevoeging Bacillus amyloliquefaciens, die de fysische en biologische bodemvruchtbaarheid verbetert. Het tekort aan hoofdvoedingselementen werd aangevuld door Vivifos en Mix 6 van DCM. Het geheel is doorgewerkt in de toplaag tot op een diepte van circa 20 centimeter.
Segerink en Van Kerkvoorde kwamen samen tot de conclusie dat herstel van het capillaire systeem noodzakelijk was voor er tot aanplant kon worden overgegaan. Segerink had ervaring met Japanse haver, een graan dat diep wortelt. Als ondervrucht werd gekozen voor een low maintenance-mengsel Mowsaver van Barenbrug. Het resultaat was beter dan wat ervan verwacht kon worden, vinden de partijen; de haver kwam ondanks slechte kiemomstandigheden goed op en het graszaad profiteerde daarvan.
Aanplant In december 2017 is begonnen met de aanplant van bosplantsoen en bomen. Een paar kleine hoekjes zijn beplant met vaste planten. Segerink: 'Ik ben heel tevreden met het resultaat. De uitval is zeer beperkt gebleven ondanks het gortdroge voorjaar. Daarnaast is het gras mooi uitgestoeld en hoeven we niet opnieuw in te zaaien.'
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|